Checkpoint

Vrijdag 4 oktober 2013

Veteraan Michiel Teunisse adviseert bij speelfilm over Grebbeberg

‘We hebben de strijd zeker niet verloren’

Tot de laatste kogel is de (werk)titel van de speelfilm die producent en regisseur Martin Lagestee in 2015 in première wil laten gaan. Precies zeventig jaar na de soms heroïsche strijd van Nederlandse militairen op de Grebbeberg. Bij bij het maken van de film wordt hij geadviseerd door veteraan Michiel Teunisse, dé specialist in de militaire geschiedenis van de Grebbeberg. Want Lagestee wil het ‘echte verhaal’ vertellen. “Het beeld is teveel bepaald door de nederlaag, zelfs De Jong schreef dat het eigenlijk niks voorstelde.”
Door: Fred Lardenoye

Michiel Teunisse was 19 toen hij als dienstplichtige naar Libanon werd uitgezonden. “Je bent een jongetje van niks en dan zit je met zes man op een post met zware wapens en bent zelf verantwoordelijk voor alles. Achteraf belachelijk, maar het is gelukkig allemaal goed gegaan.” Niet helemaal, want Teunisse raakte betrokken bij een beschieting. “Bij een actie in Tiri werd ik als antitankschutter ingezet. Op de terugweg van een patrouille sloegen plotseling Israëlische granaten in en ben ik gewond geraakt door de scherven.” Hij werd naar het hospitaal in Naqoura gebracht en mocht na een korte behandeling weer terug naar zijn post 7-5. “Nooit last van gehad. Het gekke is dat nu na 35 jaar die scherven weer naar boven komen. Migreren noemen ze dat en dan moeten ze er toch een keer uit. In november moet ik weer onder het mes.”

Multiveteraan
De ervaring in Libanon maakte dermate veel indruk dat Teunisse als beroeps bijtekende. Het was het begin van een glanzende carrière die hem over de hele wereld bracht. Hij werd uitgezonden naar voormalig Joegoslavië, Turkije, Angola, Afghanistan, Koeweit, Irak, Pakistan en als UNTSO-waarnemer naar Syrië. “Ik heb uitgerekend dat ik in totaal 6 1/2 jaar ben uitgezonden.”, zegt hij glimlachend. Gevraagd naar zijn zwaarste uitzending, is hij stellig. “Dat was die als waarnemer in voormalig Joegoslavië in 1992. Ik ben daar ook vijf dagen gegijzeld door Serviërs. Dat was geen pretje. Het was daar een ordinaire burenruzie, chaotisch en onvoorspelbaar.” Teunisse is onder meer gespecialiseerd in de operationele logistiek en deed ervaring op in vrijwel alle krijgsmachtdelen. Zo haalde hij de groene baret, werkte vijf jaar bij de luchtmacht (“wel als majoor KL, maar ik heb inmiddels ook een vliegbrevet”), had een functie bij de marechaussee en is nu actief op een ‘paarse’ functie als schadecommissaris krijgsmacht bij de afdeling Claims van Juridische dienstverlening van Defensie. Hoewel hij een gezin en meerdere hobby’s heeft, gaat vrijwel al zijn vrije tijd zitten in zijn passie voor de geschiedenis van de Grebbeberg, die dateert van het moment dat hij ook zijn eerste dienstervaringen opdeed. “Toen ik 19 was, had ik verkering met een meisje met een oom die zelf veteraan was en alles wist over de Grebbeberg. Ik ontdekte dat wat die man vertelde helemaal nergens was vastgelegd. Naarmate ik meer veteranen sprak merkte ik ook dat niemand geïnteresseerd was in de Grebbeberg.” Al heel jong zocht hij via de cafés in het gebied veteranen op die daar hun besloten reünies hielden. “Daar begon ik de verhalen op te schrijven, maar dacht ik ook al vaak: dat klopt niet. Dat kom ik nu ook tegen met nabestaanden die een compleet verkeerd beeld hebben van wat hun vader of grootvader op de Grebbeberg heeft gedaan.” Inmiddels is hij in Nederland dé specialist in de gebeurtenissen die plaatsvonden op de Grebbeberg in mei 1940. Nog bijna wekelijks gaat hij op pad om al dan niet op verzoek van nabestaanden research te doen naar de lotgevallen van een van de Nederlandse militairen die op de Grebbelinie slag leverde. “Ik ben ook bezig met een boek waarin ik al die verhalen vastleg. Maar ik zou ook bijna dagelijks rondleidingen kunnen geven, je merkt dat de belangstelling voor de strijd nu groter dan ooit is.”

Speelfilm
Het is dan ook geen toeval dat regisseur en producent Martin Lagestee, die al een jaar of tien rondliep met plannen voor een speelfilm over de slag op de Grebbeberg, uiteindelijk bij Teunisse terechtkwam. Lagestee: “Eigenlijk via de stichting de Greb. Er werd gezegd dat er iemand is die echt alles weet en dat bleek Michiel. Ik kan alleen maar zeggen dat het klopt!” Lagestee regisseerde eerder onder meer tv-films als Flodder en Westside Posse en speelfilms als Angie (1993), Pipo de clown (2003) en de dit jaar verschenen jeugdfilm Bobby en de Geestenjagers. Als producent was hij verantwoordelijk voor talloze producties waaronder speelfilms als Jezus is een Palestijn (1997) en Sterke verhalen (2010), maar ook de documentaires als Soldaat van Ambon en de serie Die vijf dagen van mei waarin aan de hand van onder meer interviews met veteranen de strijd in de meidagen van 1940 op verschillende locaties in Nederland in kaart wordt gebracht. Het was met name die laatste filmserie die hem stimuleerde om zijn lang gekoesterde wens te realiseren. “Het is merkwaardig dat het niet eerder is gebeurd, maar komt wellicht ook door het beeld van een smadelijke nederlaag op de Grebbeberg. Zelfs De Jong schreef dat het eigenlijk niks voorstelde, maar dat klopt niet met de werkelijkheid.” Die werkelijkheid wil Lagestee zo goed mogelijk benaderen, maar dan wel gegoten in een aantrekkelijke dramatische vorm. “Michiel heeft me enorm geholpen om al die verhalen die je uit de literatuur of van veteranen te horen krijgt in perspectief te krijgen. Want dingen kloppen vaak net niet helemaal.” Lagestee wil dan ook af van de doorsnee benadering bij oorlogsfilms. “Iedereen staat op iedereen te schieten, dan denk ik: waarom? Ik wil proberen het meer verhalend te vertellen en een overview te geven van de gebeurtenissen door een hoofdpersoon, in dit geval Johan de Graaf. Hij is dienstplichtig, dat is heel belangrijk. Iemand die gewoon voor zijn nummer te horen heeft gekregen: graaf die schuttersput en vecht tot je er dood bij neervalt.”

Jacometti
De karakters in de film zijn allemaal op bestaande figuren gebaseerd. Maar ze krijgen een andere naam en verenigen meerdere personen in zich. Lagetsee: “Voor de oplettende kijker komen alle helden wel voorbij. Majoor Jacometti van de beroemde tegenaanval en kapitein Gelderman, wat ik een van de meest interessante figuren vind.” Teunisse was nauw betrokken bij het tot stand komen van het script. “Het is wel grappig, de hoofdpersoon verenigt wel vijftien mensen in zich. Die 500 verhalen waar ik een boek van aan het maken ben, zitten al door het filmscript heen. Maar er staan geen ongeloofwaardige gebeurtenissen in.” Lagestee: “Het gaat ons ook vooral om de verhalen en belevenissen van individuele soldaten en niet zozeer de strategie van twee generaals. Ondanks dat krijg je toch een soort geschiedenisles van hoe het verlopen is.” Volgens Teunisse kan daarmee ook een einde gemaakt worden aan allerlei mythes over de strijd op de Grebbeberg. “Het beeld van algehele terugtocht en deserties klopt niet. Het getal van 25.000 man wordt wel genoemd. Waar moesten die naar toe? Het was een heel klein gebied dat begrenst werd door water, de marechaussee en de spoorlijn, of ze moesten naar de Duitsers vluchten, dat is ook geen optie. Het klopt wel op 13 mei na de aanval Duitse Stuka’s, maar daarvóór zeker niet.” Ook Lagestee is ervan overtuigd dat het beeld enige bijstelling verdiend. “Al lezende kwam ik tot de conclusie dat bij het viaduct van Rhenen eigenlijk een soort last stand heeft plaatsgevonden. Want als je daar over was, had je tot de nieuwe Hollandse waterlinie niks meer aan verdediging. Maar de Duitsers zijn er niet overheen gekomen. Dus je zou kunnen zeggen: we hebben de strijd op de grond niet gewonnen, maar zeker ook niet verloren. Door de capitulatie na het bombardement op Rotterdam zijn ze pas aan de andere kant gekomen. Dus heel strikt gesproken is de stelling gehouden, maar dat lees je zeker niet in de boeken.” Teunisse knikt beamend: “In de namiddag van de 13e mei deden de Duitsers twee aanvallen: een richting viaduct en een richting noorden daarvan. Op beide locaties zaten misschien maar zestig Nederlandse militairen in totaal, maar wel op een zeer strategische plek en zij sloegen de Duitsers terug met zware mitrailleurs.”

Dierentuin
Voor het feit dat er tot nu toe weinig Nederlandse films over de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt, is volgens Lagestee wel een verklaring. “Dat komt omdat we geen glorieuze overwinningen hebben, waarbij we ons iets kunnen voorstellen. En het komt ook omdat het idee leeft dat het veel te duur is. Maar toen ik iets meer wist van de Grebbeberg, besefte ik dat het qua film opspattend zand en heel veel geluid is, voor de rest zijn het loopgraven. Het zijn geen tanks die aan komen rollen in een enorm uitgebreid overzichtelijk slagveld. Dus als je het tot een verhaal terugbrengt is het met de budgetten hier goed te maken. Zeker met wat we tegenwoordig aan filmtechnieken hebben.” Teunisse: “Het is ook een overzichtelijk slagveld, als je het vergelijkt met bijvoorbeeld Verdun. Het is fysiek te belopen en je kunt je erover verbazen dat er op zo’n klein stukje grond zoveel gebeurd is.” In het gebied lag ook de nu nog bestaande dierentuin Ouwehands Dierenpark. Lagestee: “De roofdieren werden doodgeschoten vanwege het gevaar als zij zouden uitbreken, maar de apen werden gewoon vrijgelaten. Die zie je op een goed moment in de film ook in de boom zitten. En ijsberen zitten er ook in. Die zijn niet afgeschoten omdat ze net jongen hadden.” Het dierenpark speelt als locatie een belangrijke rol in de film. Lagestee “Het is heel symbolisch. Voordat er een dode in de strijd was gevallen, was de Nederlandse leeuw al gesneuveld.” Ook de eigenaren van het dierenpark figureren in de film, zij het onder een andere naam. Lagestee benadrukt het belang van de authenticiteit van de film. “Qua bemanning, uniformen, wapens en situaties moet het zo realistisch mogelijk zijn. Het drama zit in de verhaallijn die een aaneenrijging van werkelijke anekdotes is en de karakters die gebaseerd zijn werkelijke personen. Om je een beeld te geven van wat het nou is: oorlog in je achtertuin. Want wij kijken naar oorlogsfilms die zich in Vietnam of op de stranden van Normandië afspelen. Een ver-van-mijn-bed-show en ook nog in een andere cultuur of taal. Tegelijkertijd beslist het parlement dat we onze militairen in allerlei brandhaarden in de wereld moeten inzetten en praat iedereen er over mee Maar eigenlijk hebben de meeste mensen geen idee wat het echt betekent.”